Ontstaan en achtergronden van de organische architectuur
Het eerste deel van de tentoonstelling schetst een beeld gegeven van de
achtergronden en het ontstaan van de organische architectuur aan het begin van
de 20e eeuw. De veruiterlijking van vormgeving in de neostijlen en de opkomst
van nieuwe technische mogelijkheden vormden voor veel architecten de aanleiding
op zoek te gaan naar een nieuwe stijl, een stijl die moest passen bij de eigen
tijd.
De pioniers van de organische architectuur lieten zich daarbij inspireren
door principes uit de levende natuur. Elk van hen plaatste daarbij zijn eigen
zwaartepunten. Met elkaar vormen deze principes een samenhangend geheel.
Klik op de afbeeldingen om ze te vergroten.
 |
Louis Sullivan (1856–1924) introduceert als eerste het begrip
‘organische architectuur’. Voor hem betekent dit dat de vorm en de
functie van een gebouw een eenheid moeten vormen.
Hij wekt zijn ontwerpen tot leven door prachtige, op de natuur
geïnspireerde ornamenten.
|
 |
Frank Lloyd Wright (1869–1959) ontwikkelt de organische
architectuur in diverse richtingen verder. Voor hem heeft het begrip
'organisch' vooral betrekking op de relatie tussen een gebouw en zijn
omgeving, de continuïteit van de ruimte en een natuurlijke omgang met
bouwmaterialen. |
 |
Antoni Gaudí (1852–1926) bedient zich in zijn ontwerpen van een
plastische, op de natuur geïnspireerde vormentaal. Daarbij spelen het
karakter van bouwmaterialen en het tot uitdrukking brengen van
constructieve krachten een belangrijke rol. |
 |
Rudolf Steiner (1861–1925) wil met zijn kunst en architectuur
appelleren aan het innerlijke leven van mensen. Zijn plastische
vormgeving en transparante kleurgebruik dienen een bewustzijn te wekken
voor samenhangen, ontwikkelingsprocessen en de spirituele dimensie van
de werkelijkheid. |